Syndroom.info

Shock

1. Overzicht shock

Shock is een levensbedreigende toestand, waarbij sprake is van onvoldoende bloedvoorziening om de vitale lichaamsfuncties in stand te houden. Het syndroom shock moet niet verward worden met een psychologische shock na een traumatische gebeurtenis. Deze shock noemen we ook wel acute stressstoornis.

Shock kan grofweg in vier typen onderverdeeld worden:

  • cardiogene shock
  • hypovolemische shock
  • obstructieve shock
  • distributieve shock

Alle vier typen hebben soortgelijke gevolgen voor de gezondheid van de persoon. De oorzaak is bij deze typen van shock verschillend. De behandeling hangt af van het type shock en ook van de ernst van de toestand. Ook het succes van de behandeling verschilt per type shock en per persoon.

1.1 CARDIOGENE SHOCK

Cardiogene shock kan ontstaan als gevolg van hartproblemen. Wanneer het hart onvoldoende pompkracht heeft, kan het voorkomen dat sommige lichaamsdelen niet langer van voldoende bloed worden voorzien.

Dit heeft heftige gevolgen voor het lichaam:

Een hart met onvoldoende pompkracht kan uiteindelijk leiden tot shock. Cardiogene shock is vaak dodelijk. Het is in veel gevallen lastig om de hartproblemen in korte tijd op te lossen. Lees verder bij het kopje cardiogene shock.

1.2 DISTRIBUTIEVE SHOCK

Bij distributieve shock is het bloed, zoals de naam al doet vermoeden, niet goed verdeeld in het lichaam. Over het algemeen is er bij distributieve shock geen sprake van bloedverlies. Distributieve shock wordt in de meeste gevallen veroorzaakt door neuronale problemen, allergische reacties of infecties.

De kans op herstel hangt sterk af van de oorzaak. Lees er meer over bij distributieve shock.

1.3 HYPOVOLEMISCHE SHOCK

Hypovolemische shock treedt op bij ernstig bloedverlies. Er is niet meer genoeg bloed aanwezig om de vaten voldoende op te vullen. Dit tekort ontstaat meestal als gevolg van in- of uitwendige bloedingen.

Deze vorm van shock treedt vooral op als gevolg van (ernstige) ongelukken in bijvoorbeeld het verkeer. Lees verder bij het kopje hypovolemische shock.

1.4 OBSTRUCTIEVE SHOCK

Obstructieve shock ontstaat als gevolg van een obstructie van de bloedstroom buiten het hart. Het gevolg van deze obstructie is dat elders in het lichaam onvoldoende bloed terecht komt. Deze obstructie kan een bloedprop zijn, maar ook een verhoogde spanning rond de vaten.

Door deze verhoogde spanning kan het bloed minder goed stromen. Lees er alles over bij obstructieve shock.

 

Bij cardiogene shock ontstaat de shocktoestand door een verminderde pompkracht van het hart.

Bij cardiogene shock ontstaat de shocktoestand door een verminderde pompkracht van het hart.

2. Cardiogene shock

Cardiogene shock is shock waarbij de oorzaak primair bij het hart ligt. Het hart heeft onvoldoende kracht om het bloed rond te pompen, waardoor elders in het lichaam een tekort aan bloed ontstaat. Meestal ontstaat het hartprobleem als gevolg van een hartinfarct of acuut hartfalen.

Er zijn echter andere oorzaken mogelijk:

Ook (ernstige) hartritmestoornissen kunnen cardiogene shock veroorzaken. De prognose is hierdoor erg slecht bij cardiogene shock. Het hartprobleem kan meestal niet snel genoeg succesvol behandeld worden.

2.1 ONTSTAAN HARTPROBLEMEN EN CARDIOGENE SHOCK

Bij cardiogene shock kan het hart om uiteenlopende redenen niet langer voldoende bloed rondpompen. Vaak is een deel van de hartspier afgestorven of onwerkzaam als gevolg van een acuut hartinfarct of hartfalen. Ook bij een hartritmestoornis kan het voorkomen dat er niet langer voldoende bloed kan worden rondgepompt.

Wanneer de pompkracht van het hart afneemt, worden de vaten achter het hart niet meer voldoende gevuld.

Soms wordt ook een harttamponade aangewezen als veroorzaker van cardiogene shock. Bij een harttamponade zit er vloeistof in het hartzakje, waardoor het hart onder druk komt te staan en minder goed kan pompen. Dit kan echter ook worden gezien als obstructieve shock.

Bronnen die obstructieve shock niet zien als afzonderlijk type, zien een harttamponade als veroorzaker van cardiogene shock.

Wanneer de pompkracht van het hart afneemt, worden de vaten achter het hart niet meer voldoende gevuld. De natuurlijke reactie van het lichaam is dat de spiertjes rond de vaten zich gaan aanspannen. Hierdoor worden de vaten smaller (we noemen dit vasoconstrictie), waardoor de bloeddruk niet verder daalt.

Het nadeel hiervan is, dat het hart nog meer moeite krijgt met het wegpompen van het bloed.

2.2 BEHANDELING CARDIOGENE SHOCK

Helaas is de prognose bij cardiogene shock slecht. Shock is een acute levensbedreigende toestand. Het probleem moet zo snel mogelijk aangepakt worden om de kans op overleving te verhogen. Bij cardiogene shock is de oorzaak vrij gecompliceerd en lastig om snel te behandelen.

Er zijn behandelmethoden waarbij er een kleine kans op overleven is:

Er moet meestal direct worden geopereerd. Verder worden de symptomen bestreden (of voorkomen) met medicijnen. Zo worden er bloedverdunners toegediend om stollingen in de vaten te voorkomen zijn. Op de lange termijn is niet zelden een harttransplantatie vereist.

aids virus

Virussen en bacteriën kunnen septische shock veroorzaken, wat soms wordt geschaard onder distributieve shock.

 

3. Distributieve shock

Distributieve shock ontstaat wanneer het bloed niet goed verdeeld is over de bloedvaten en weefsels. Het bloed hoopt bijvoorbeeld op in de kleine vaten, waardoor vitale organen onvoldoende bloed aangevoerd krijgen. Bij een distributieve shock zijn de vaten vaak verwijd.

Distributieve shock kan grofweg drie verschillende oorzaken hebben: een infectie, een allergische reactie of neurologische problemen.

Dit gebeurt in veel gevallen als gevolg van een infectie, allergische reactie of neurologische problemen.

3.1 OORZAKEN DISTRIBUTIEVE SHOCK

Distributieve shock kan grofweg drie verschillende oorzaken hebben: een infectie, een allergische reactie of neurologische problemen. We kunnen dan ook spreken van respectievelijk septische shock, anafylactische shock en neurogene shock.

De symptomen van deze drie typen zijn vergelijkbaar. Onderzoek moet uitwijzen waar de oorzaak van de shocktoestand ligt.

3.3 BEHANDELING DISTRIBUTIEVE SHOCK

De behandeling van distributieve shock hangt af van de oorzaak. Bij septische shock (bacteriële infectie) moet de ziektemaker zo snel mogelijk gedood worden met behulp van antibiotica. Bij anafylactische shock moet de allergische reactie worden tegengegaan met epinefrine (adrenaline).

Daarnaast kunnen ook antihistaminica en steroïden worden gebruikt om de reactie tegen te gaan.

Neurogene shock wordt meestal veroorzaakt door (acute) schade aan zenuwweefsel. Dit is lastiger te behandelen. Het type behandeling hangt af van de specifieke schade en ook de locatie van de schade. In eerste instantie is behandeling erop gericht de bloeddruk terug te brengen op een normaal niveau.

Hiervoor wordt onder andere dopamine en ADH (anti-diuretisch hormoon) gebruikt. De prognose verschilt sterk per geval. Bij het uitblijven van snelle, adequate behandeling dalen de overlevingskansen van patiënten met distributieve shock snel.

 

4. Hypovolemische shock

Hypovolemische shock ontstaat als gevolg van een ernstig bloed- of vochtverlies. Dit verlies kan inwendig of uitwendig zijn. In medische termen spreken we van endogeen verlies (inwendig) of exogeen verlies (uitwendig).

Endogeen verlies ontstaat bij interne bloedingen.

Een gescheurde milt is een beruchte veroorzaker van endogeen verlies. We spreken van hypovolemische shock wanneer meer dan 20% bloedverlies is opgetreden.

Exogeen verlies ontstaat als gevolg van zware verwondingen, brandwonden, maar ook als gevolg van ernstige diarree. Ook tijdens de bevalling kan hypovolemische shock ontstaan als gevolg van exogeen verlies.

Wanneer er sprake is van meer dan 30% tot 40% bloedverlies, is een bloedtransfusie noodzakelijk.

Dit is overigens vrij zeldzaam, omdat er tijdens de bevalling meestal professionele hulp aanwezig is die de situatie in de gaten houdt.

4.1 BEHANDELING HYPOVOLEMISCHE SHOCK

Bij hypovolemische shock moet in eerste instantie de oorzaak van het bloed- en/of vochtverlies behandeld worden. Afhankelijk van de hoeveelheid bloedverlies, is ook vochttoediening of een bloedtransfusie vereist.

Tot een bloedverlies van ongeveer 25% kan het lichaam het tekort meestal zelf nog opvangen. Toch kan ervoor worden gekozen vocht toe te dienen om het vochtvolume in het lichaam te verbeteren. Wanneer er sprake is van meer dan 30% tot 40% bloedverlies, is een bloedtransfusie noodzakelijk.

Over de prognose kan een aantal dingen gezegd worden:

De prognose hangt sterk af van de mate van bloed- en/of vochtverlies. Hypovolemische shock is altijd levensbedreigend, maar de prognose is bij een bloedverlies van 20% veel beter dan bij een bloedverlies van bijvoorbeeld 40%. Bij ernstig bloedverlies (meer dan 40%) treedt de zogenaamde vroege decompensatie fase op in het lichaam.

Deze fase brengt het lichaam in een negatieve spiraal waarbij het circulerend volume snel afneemt en de toestand vlot verergerd. Zonder snelle en adequate behandeling is de kans op overlijden hier erg groot.

 

obstructieve shock longembolie

Obstructieve shock wordt soms veroorzaakt door een longembolie, waarbij de longen niet meer voldoende van bloed kunnen worden voorzien.

5. Obstructieve shock

Obstructieve shock ontstaat wanneer bloedvaten dermate geblokkeerd worden, dat andere delen van het lichaam onvoldoende worden voorzien van bloed. Verschillende problemen kunnen obstructieve shock veroorzaken. De drie meest voorkomende oorzaken zijn:

  • longembolie
  • harttamponade
  • spanningspneumothorax (gecompliceerde klaplong)

5.1 OORZAKEN OBSTRUCTIEVE SHOCK

Een longembolie is een bloedprop die in de kleine vaten van de longen vastzit. Hierdoor ontstaan er problemen met de ademhaling en bloeddoorstroming in de longen. Hierdoor ontvangt ook het hart en dus de rest van het lichaam minder bloed.

De bloedprop is meestal afkomstig uit een stolsel in de benen. De bloedprop schiet los en beweegt zich door de bloedvaten tot het in de smalste bloedvaatjes vast komt te zitten. Meestal zijn dit de bloedvaatjes in de longen.

Een spanningspneumothorax kan in korte tijd obstructieve shock veroorzaken.

Een harttamponade is een ophoping van vocht in het hartzakje. Dit vocht oefent druk uit op het hart, waardoor het hart minder goed het bloed kan rondpompen. Shock als gevolg van een harttamponade wordt soms ook cardiogene shock genoemd. In principe spreken we bij een harttamponade van obstructieve shock, maar sommige bronnen zien geen onderscheid tussen obstructieve en cardiogene shock. Zij spreken daarom van cardiogene shock bij een harttamponade.

Een spanningspneumothorax is een (ernstige) klaplong, waarbij de druk in de borstholte snel toeneemt. Dit komt, doordat lucht uit de longen naar de borstholte ontsnapt. Deze druk knelt de grote vaten in de borstholte af, waaronder de holle aders. Dit kan in korte tijd obstructieve shock veroorzaken.

5.2 BEHANDELING EN PROGNOSE OBSTRUCTIEVE SHOCK

De behandeling van obstructieve shock hangt sterk af van de oorzaak van de toestand. In eerste instantie wordt getracht de situatie niet te laten verergeren. Vervolgens wordt de oorzaak van de obstructieve shock behandeld.

Bij een longembolie moet de bloedprop zo snel mogelijk worden opgelost. Bij een harttamponade moet het vocht uit het hartzakje verwijderd worden. Tenslotte moet bij een klaplong de druk in de borstholte verminderd worden door zoveel mogelijk lucht uit de borstholte te verwijderen.

De prognose verschilt per oorzaak en per patiënt. Snelle behandeling is in alle gevallen van zeer groot belang. Het lichaam is niet in staat de verschillende oorzaken zelf effectief naan te pakken.

tags

Syndroom - Aids - Fibromyalgie - Behandeling - Symptomen - Aandoening - Down - Tourette- Tietze - Hiv - Pijn - Syndromen - Behandelen - Kenmerken - Spierreuma - Vitamine B12 - Reuma - Asperger - Cushing - Autisme - Fibromyalgie test